Rück­sichtslos

En wat gebeurt er met mij als ik klusjes moet doen die ik stom vind? Ga ik dan moeilijk doen? Ga ik zeuren? Ga ik dan jam­merend achter een struik op mijn pruillip zitten kauwen? Nee hoor, niets van dat alles. Als ik klusjes moet doen die ik niet fijn vind, dan wordt de rück­sichtslose hout­hakker in mij wakker.