Tagged: sprookje

Wannes Daemen in het heetst van de strijd (Foto © Maartje Luif)

21 december 2012

Lang, heel lang geleden, in drie­dui­zen­zes­en­t­wontjusp voor christus was er eens een boer Een hard­wer­kende boer met handen als kolen­schoppen En een hele dikke boerin achter zijn stoof En die boerin die heette Maya Dat was haar voornaam Haar ach­ternaam was Yucatan…

Prinses Pipi en de Alvleesman (05)

Het mag niet ver­bazen dat Koning Koperkop dit alles bij­zonder ont­hutsend vond en zich afvroeg wat er in godsnaam in het hoofd van zijn vrouw was gevaren, dat ze – tijdens zijn afwe­zigheid nota bene – zomaar konink­lijke besluiten ging afvaar­digen, en dan nog over zo’n ogen­schijn­lijke onbenulligheid.

Veertig rovers

Van­zelf­sprekend dient het lief­desspel opge­fleurd te worden met beko­rende woorden en zin­nen­prik­ke­lende zin­snedes aller­hande. U kan het waar­schijnlijk zelf ook wel zo gek bedenken.

Prinses Pipi en de Alvleesman (04)

Edna Tram­spoor zat op de rand van het konink­lijke hemelbed. Ze keek bezorgd door het raam. Het regende dat het goot en het leek er niet beter op te worden. Koningin Kaka lag schijnbaar levenloos op haar grote bed.

Prinses Pipi en de Alvleesman (03)

Prinses Pipi zat met haar beste vriendin Magda Macaroni in het struik­gewas van een holle weg. Ze hadden een hoop kie­zel­steentjes ver­zameld en gooiden die naar hoofden van niets­ver­moe­dende voor­bij­gangers. Telkens er vanop het pad pijnlijk gevloek opsteeg, moesten de meisjes alle moeite van de wereld doen om hun positie niet te ver­raden met gegiechel en gegrmpf. Kie­zeltjes gooien was hun favo­rietste bezigheid en ze hadden grote lol.

Prinses Pipi en de Alvleesman (02)

Koningin Kaka stond op het balkon van haar slaap­kamer. Ze had een pruillip waar je een ophaalbrug mee kon optrekken. Uit ver­veling kapte ze het kom­metje soep – dat de kok vers voor haar bereid had – over de reling naar beneden. Een paar ver­die­pingen lager vloekte de postbode hel en ver­doe­menis en veegde de ver­mi­celli van zijn pet. Het was zo akelig saai in het kasteel zonder de Koning, dat zelfs deze kleine ple­ziertjes de koningin niet meer blij konden maken. Het werd wer­kelijk heel hoog tijd dat Koning Koperkop terug kwam van zijn zakenreis.

Prinses Pipi en de Alvleesman (01)

Koningin Kaka zat op haar troon en at een stuk taart. Haar man, Koning Koperkop, was op zakenreis en ze ver­veelde zich stierlijk. Het was al het derde stuk taart dat ze naar binnen werkte. Het was hele zware – maar onge­sui­kerde – cho­co­la­de­taart en ze kon er geen genoeg van krijgen. Ze ver­zuchtte de ver­veling en de afwe­zigheid van haar man en kauwde, onderwijl mis­troostig de troonzaal in starend. Met een laatste grote hap ver­dween het hele stuk taart in de diepte van haar inge­wanden. Een luide en lang­dradige zucht volgde.

Sprook (3)

De veld­muizen zagen er bezweet en ver­moeid uit, en ik bood aan om even te helpen.

Sprook (2)

Net toen ik weer wou ver­trekken, begon onder mijn voeten de aarde ver­vaarlijk te trillen.

Sprook (1)

Ik hoorde dui­delijk iemand traag schui­felend opstaan en voet­stappen kwamen tergend langzaam maar onzichtbaar in mijn richting.