Dood

Mijn leven ging verder, ik belde mijn ouders, ik appte mijn zussen, vrienden gaven duimpjes aan foto’s. Alles was rustig, maar ik wan­kelde. Er werd iets aan mij toe­ge­voegd, iets van een ondraag­lijke lichtheid.
En ik moest aan Bram Ver­meulen denken.