Categorie: Tekst

Mijn vriend Lama (1)

Ik ben ver­re fami­lie van de Dalai Lama. Mijn over­groot­va­der heeft ooit een slip­per­tje gemaakt op een zomer­se kermis-avond met de Tibe­t­aan­se nicht van zijn buurvrouw.

Survival

Ik her­in­ner me iets. Wij woon­den vroe­ger op een boer­de­rij in een onoog­lijk klein stront­ge­hucht waar de buur­vrou­wen rod­del­den en de var­kens jankten.

P.I.S. (Pfaff In Space)

Van­uit het klei­ne ron­de raam­pje van zijn cap­su­le – de Aliplast Chal­len­ger – keek Jean-Marie Pfaff neer op de aar­de. Zijn zelf­ge­maak­te raket had zonet onze damp­kring ver­la­ten en de klei­ne groe­ne pla­neet werd klei­ner en kleiner.

Sleeën (01)

Ik zag je hup­pe­len van vriend naar vriend. Je hup­pel­de als een goud­vis in een vers aqua­ri­um. Voor zover goud­vis­sen hup­pe­len kunnen.

Stokjes stinken

Een stok­je is een ver­klein­woord voor stok. Het is ook zo’n typisch esta­fet­tair weblogfe­no­meen waar ik schurft van krijg nog voor het begint te jeuken.

Spannend!

Het was weder­om een bewo­gen dag bij de fami­lie Pfaff. Deb­by en Nico­las had­den een hele namid­dag op het adop­tie­bu­reau geze­ten om een nieuw kind­je te bestellen.

Prinses Pipi en de Alvleesman (04)

Edna Tram­spoor zat op de rand van het konink­lij­ke hemel­bed. Ze keek bezorgd door het raam. Het regen­de dat het goot en het leek er niet beter op te wor­den. Konin­gin Kaka lag schijn­baar leven­loos op haar gro­te bed.

Scheel

Ik her­in­ner me iets uit mijn jeugd. Ik ver­meld bij voor­baat reeds dat het een erg vage her­in­ne­ring is die met haken en ogen aan elkaar hangt, maar de afwik­ke­ling van gebeur­te­nis­sen en de ver­plet­te­ren­de invloed daar­van op mijn per­soon heb­ben zich nooit op de ach­ter­grond laten drin­gen in de druk­ke ach­ter­ka­mer van wat is geweest.

Webloggen stinkt (001)

Gis­te­ren is het appar­te­ment boven het mij­ne in vlam­men opge­gaan. De bewo­ners (een neo-boeddhistische com­mu­ne met vijf leden) hiel­den een bar­be­cue op hun dak­ter­ras, maar ver­ga­ten na afloop het vuur te doven.

Navelbeekje ochtendpluis

Als ik ’s mor­gens opsta – wat heel moei­lijk is – blijf ik altijd even op de rand van het bed zit­ten. Het eer­ste wat ik doe is de breed­te van het water inschat­ten. Er loopt name­lijk een rivier naast mijn bed, en de breed­te van die stroom is elke och­tend anders.

Prinses Pipi en de Alvleesman (03)

Prin­ses Pipi zat met haar bes­te vrien­din Mag­da Maca­ro­ni in het struik­ge­was van een hol­le weg. Ze had­den een hoop kie­zel­steen­tjes ver­za­meld en gooi­den die naar hoof­den van niets­ver­moe­den­de voor­bij­gan­gers. Tel­kens er vanop het pad pijn­lijk gevloek opsteeg, moesten de meis­jes alle moei­te van de wereld doen om hun posi­tie niet te ver­ra­den met gegie­chel en gegrmpf. Kie­zel­tjes gooi­en was hun favo­riets­te bezig­heid en ze had­den gro­te lol.

Yuri Regelnicht

Laat ik mezelf aan de hand van dit gepa­la­ver aan een – al dan niet onge­le­gen – zelf­on­der­zoek onderwerpen.

Eendags-beschermengel

Ik droom­de afge­lo­pen nacht over een zoen. Ik werd indrin­gend gekust door het meis­je van (één van) mijn dromen.

Prinses Pipi en de Alvleesman (02)

Konin­gin Kaka stond op het bal­kon van haar slaap­ka­mer. Ze had een pruil­lip waar je een ophaal­brug mee kon optrek­ken. Uit ver­ve­ling kap­te ze het kom­me­tje soep – dat de kok vers voor haar bereid had – over de reling naar bene­den. Een paar ver­die­pin­gen lager vloek­te de post­bo­de hel en ver­doe­me­nis en veeg­de de ver­mi­cel­li van zijn pet. Het was zo ake­lig saai in het kas­teel zon­der de Koning, dat zelfs deze klei­ne ple­zier­tjes de konin­gin niet meer blij kon­den maken. Het werd wer­ke­lijk heel hoog tijd dat Koning Koper­kop terug kwam van zijn zakenreis.

Prinses Pipi en de Alvleesman (01)

Konin­gin Kaka zat op haar troon en at een stuk taart. Haar man, Koning Koper­kop, was op zaken­reis en ze ver­veel­de zich stier­lijk. Het was al het der­de stuk taart dat ze naar bin­nen werk­te. Het was hele zwa­re – maar onge­sui­ker­de – cho­co­la­de­taart en ze kon er geen genoeg van krij­gen. Ze ver­zucht­te de ver­ve­ling en de afwe­zig­heid van haar man en kauw­de, onder­wijl mis­troos­tig de troon­zaal in sta­rend. Met een laat­ste gro­te hap ver­dween het hele stuk taart in de diep­te van haar inge­wan­den. Een lui­de en lang­dra­di­ge zucht volgde.

Symfonie voor Miranda

Miran­da stond aan het for­nuis en roer­de in de soep. Dik­ke smeu­ï­ge groen­te­soep met alleen maar ver­se din­gen erin. Miran­da beeld­de zich in dat het regen­woud vast ook heel smeu­ïg was, met alleen maar ver­se din­gen erin.

Opruimen (2)

Hoe ruim je jezelf op? Één voor­waar­de om über­haupt te kun­nen oprui­men, is rom­mel. Wie geen rom­mel heeft in zijn hoofd, hoeft daar ook niet op te rui­men. Maar tege­lij­ker­tijd: wie geen rom­mel heeft in zijn hoofd, bestaat niet.

Opruimen

Ik ruim vaak op. Of beter: ik ben vaak bezig met oprui­men. Ik ben zo goed als altijd wel iets aan het oprui­men. Niet dat ik zo’n kuis­ziek type ben dat elke dag de rol­lui­ken al naar bene­den doet als het nog licht is om ze op te blin­ken, ver­re van.

Tom Waits, 13–11-04

Voor ieder­een die geen tic­ket kon bemach­ti­gen voor het optre­den van Tom Waits in de Bour­la op 13 novem­ber eerst­ko­men­de (of er niet eens een­tje wil­de omdat ze zo pok­da­lig duur zijn), hier volgt – vers van­uit de toe­komst – de aller­eer­ste recen­sie van het optreden:

Upgrading Miranda

Yuri’s inlei­den­de alinea’s voor een science-ficton roman.

Zetelwinter

Naast de glas­bak, de kus­sens wan­or­de­lijk ten gron­de gestort, tus­sen oud papier en blikjes.

Zetelherfst

Ik had een zetel. Op dit moment van schrij­ven had ik een zetel. Twee dagen gele­den heb ik een zetel, maar nu had ik er één.

Wie dit leest is zot

Er is een vierus op Inter­net via e‑mails. Nooit open doen als u niet weet of ziet van wie het komt .….… Lees ver­der !!!!!!!!!!!! Iemand anders op het Inter­net neemt jouw naam en pass­word over en vraagt om een biertje.

Marion

Mari­on stond voor de spie­gel. Er zat een vreem­de asym­me­trie in haar lijf. Het begon in haar tenen en ein­dig­de in haar hoofd. De dik­ke teen van haar lin­ker­voet was gro­ter dan de rech­ter. Haar lin­ker­knie stond een mil­li­me­ter lager dan haar rech­ter­knie, wat haar hevi­ge pij­nen bezorg­de als ze lang wandelde.

Inbeelding

En als je nu eens bij mij kwam wonen? Gewoon zon­der er ver­der over na te den­ken. Ik zal het je niet eens vra­gen. Doe het gewoon. Pak je spul­len bij elkaar, kom naar mij en bel aan.