Kutzeugma

Als lief­de een zeug­ma is
Dan zijt gij de aller­lief­ste maar ook niet van gis­te­ren omdat ge mij hebt weten te vinden
En ge zegt zot tegen mij
Nie­mand weet wat een zeug­ma is
Nie­mand kent dat woord
Ieder­een gaat aan var­kens moe­ten denken
Met een zeug­ma zou ik niet beginnen

En dus
Begin ik met een anakoloet
Omdat ik u zo graag want een zeug­ma is uiter­aard niet de eni­ge stijl­fi­guur met won­der­lij­ke moge­lijk­he­den hoe­wel nie­mand echt weet wat is dat is het een vogel is het een vlieg­tuig nee het is en dan staat ge nog nergens
En ge zegt zot tegen mij
En dat dat wel een heel dich­ter­lij­ke inter­pre­ta­tie van een ana­ko­loet is. 

En ik zeg sorry
Ik kan ook begin­nen met een dysfe­mis­me of een fou­tie­ve inver­sie of een home­ri­sche ver­ge­lij­king of een een­vou­dig pleonasme
En gij moet lachen

En dat was nu ook weer niet de bedoeling

Dus ga ik maar ik kof­fie zetten
Sloten
Grachten 
Zwar­te mean­de­ren­de rivie­ren van koffie
Zwart vloei­baar goud

Motor­olie voor de ziel

Want dat is wat ik wil zijn
Motor­olie voor uw ziel
Vloei­baar goud voor uw lijf en uw hart
Voor u wil ik zorgen
Voor u wil ik voor altijd de bes­te zijn

Doe niet zo onno­zel zegt ge
Ten eer­ste zal het niet voor altijd zijn, want een van ons zal wel dood­gaan van iets heel onno­zels gelijk een voed­sel­ver­gif­ti­ging of mis­schien iets heel gemeens gelijk longemfyseem
Ten twee­de hoeft ge niet altijd de bes­te te zijn
Ge moogt ook wel een keer half­bak­ken of een beet­je grie­pe­rig of gewoon de slapste zijn
Ik ben er ook nog
En ten der­de moet ge ook voor uzelf kof­fie zetten
En als ge dan kof­fie hebt gezet, dan neemt ge een paar slok­ken en ge staart wat door het venster
En ge denkt na over wat ge echt zoudt willen

En ik sla in de knoop
Ik denk na over wat ik echt zou wil­len en ik sla hele­maal in de knoop en met mijn vlak­ke hand tegen mijn voorhoofd
Kutzeugma

Wat ik wil is het volgende
Om te begin­nen geluk­kig zijn haha­ha nee serieus
Geen stress aan mijn lijf
Een vrije geest in een rela­tief gezond lichaam
Nooit meer naar de tandarts
En altijd voor u zorgen

Wat ik wil is het volgende
Ik wil stop­pen met facebook
Ner­gens meer ver­wacht worden
Nooit meer naar feestjes
Ik wil onuit­ge­no­digd zijn
En altijd voor u zorgen

Wat ik wil is het volgende
Een boek schrij­ven over het leven
Of nee een trilogie
Over welt­schmerz en exis­ten­ti­a­lis­me en zombies
En hoe een haas een koe vangt
En altijd voor u zorgen

Wat ik wil is het volgende
Kind­jes maken
Kind­jes maken van klei en kol
En kar­ton en papier maché
En zout­deeg en van die dwa­ze kleu­ren in een fles­ke met zout en krijt
En altijd voor u zorgen

Want sor­ry zulle
Ik kan dan wel kof­fie drinken
En door het ven­ster sta­ren om na te denken
Maar van den­ken sla ik tilt
Want ik wil niet zoveel meer
Dan altijd voor u zorgen

En ge zegt zot tegen mij
En dat ik mijn best niet doe
Dat ik god­ver­dom­me nog veel har­der moet nadenken
Allez hop
Nog koffie
Hier is het venster
Nog staren
Gij weet wat ge wilt

En dan sla ik tilt

Gelijk een flip­per­kast die op zo’n groot over­han­gend stuk ijs­berg staat – zo’n over­han­gend stuk ijs­berg dat elk moment kan afbre­ken en de die­pe­rik in kan tot­te­ren – daar staat een flip­per­kast die bewerkt wordt door zes gok­ver­slaaf­den tege­lij­ker­tijd waar­van er twee aan body­buil­ding doen, enen aan een agres­sie­ve vorm van Gil­les de la Tour­et­te lijdt, en nen ande­re zoveel Parkin­son heeft dat zijn heu­pen uit hun kom­men schie­ten – en alle zes staan ze die flip­per­kast spreek­woor­de­lijk te ver­krach­ten om toch god­ver­dom­me hun bal­len in het gaat­je met de mees­te pun­ten te krij­gen, ter­wijl ze niet eens door­heb­ben dat het over­han­gend stuk ijs­berg ook nog es geteis­terd wordt door een aard­be­ving van 666 op de schaal van Richter
Zo onge­veer sla ik tilt

En dan heb ik er stie­kem toch een home­ri­sche ver­ge­lij­king tussengemoffeld

Ik kan er niks aan doen
Ik kan er niks aan doen
Ik kan er niks aan doen
Maar als ik echt heel diep nadenk
Als ik echt heel veel kof­fie drink
En heel veel door het ven­ster staar
Dan kan ik maar één ding willen

Ik wil u neu­ken op een wolkske

Eerst heel lang­zaam en dan een beet­je harder
Maar wees gerust, want man dat is een zacht wolkske
Maar ik durf dat niet te zeggen
Dat ik echt kei­hard voor u wil zorgen

En ge zegt zot tegen mij
Zoekt gij u maar een wolkske
Dan trek ik alvast mijn kle­ren uit
En dan zal ik wel voor u zorgen

En dan zeg ik maar niks meer
En ik trek mijn stou­te schoe­nen uit
En ik klim naar boven hoog daar naar het blauw
Op zoek naar het aller­zacht­ste wolks­ke dat er bestaat
En onder­weg bedenk ik het vol­gen­de gedichtje

Als gij dood gaat ga ik wonen
In het holst van elke nacht

Daar in het don­ker zal ik wonen

Hoe gij mij hebt gedacht

Ik zal u daar bedoelen

Tot het don­ker duis­ter wordt

In het duis­ter dan slaat gij 
Al mijn gedach­ten weer tot gort

Ik schreef dit vro­lij­ke sprook­je ter ere van het kar­ton­nen jubi­le­um van De Spre­ken­de Ezels in de Aren­berg­schouw­burg op 15/02/2013.
13 jaar Sprekende Ezels, Arenberg (Foto © Serge Meeter)

13 jaar Spre­ken­de Ezels, Aren­berg (Foto © Ser­ge Meeter)

1 reactie

  1. Elise schreef:

    Mooi en zo rit­misch geschreven :-).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *