• Wannes Daemen

Leu­vense flikken zijn dom en bui­tendien gewe­tenloze oplichters

Ik schreef al wel eens eerder over zij die in Leuven het vei­lig­heids­gevoel in stand houden als waren wij allen mee­do­genloze ter­ro­risten. En al zijn mijn her­sen­spinsels niet altijd honderd procent op waarheid gebouwd – zeg niet dat u nu uit de lucht valt als­tu­blief, toch zit er uiteraard altijd een kern van oprechtheid in. Maar dat wist u natuurlijk ook al langer dan vandaag. Hahaha. Ik ben de meest onder­schatte auto­bi­o­graaf in de wacht­kamer van mijn mul­tipele per­soon­lijk­heden. Behalve Tamara, die heeft er natuurlijk weer niks mee te maken.

Maar over de flikken dus. Laat ik es wat ver­tellen dat niet ver­zonnen en dus waar­heids­gewijs wel getrouw is. Eerst punt één. Hiervan zegt de titel van dit stukje niets omdat de titel anders te lang zou worden en dan barst uw fee­dreader uit zijn voegen. Geen dank.

Punt één: Leu­vense flikken hebben lange tenen, dat gelooft ge niet.

Ooit was ik – hon­derden decennia geleden – als job­student werkzaam in één of andere pam­pier­fa­briek te Heverlee. Het nacht­ploe­gen­systeem dat het inte­rim­bureau mij stiekem in de maag had gesplitst, dwong me om naar het werk te rijden op tijd­stippen dat andere mensen nog vlug een durummeke gaan steken na een uit­put­tende kroe­gen­tocht. Ik sloeg dan dat durummeke over en vertrok – zonder ontbijt grommel grommel – in het holst van de ochtend naar mijn werk­gever. Het was toen in die tijden nog heel erg donker om vijf uur des och­tends, in tegen­stelling tot nu. Met al die kli­maat­op­lichting is het zelden nog echt donker tegen­woordig. Al Gore sucks cocks in hell. Maar dat ter­zijde. Bovendien was het winter en dus koud.

Op een keer kwam ik – op weg naar mijn werk – een sta­ti­o­naire flik­ken­combi tegen. In films uit Amee­rieka zitten flikken in hun combi altijd chee­se­burgers te eten terwijl ze praten over serie­ver­krachters met Sweet Home Alabama op de radio. In het echte leven uit België zitten flikken in hun combi uit hun neus te eten terwijl ze praten over Wat zit er bij u op? met niks op de radio want flikken uit België weten niks van muziek. Dat kon eigenlijk ook nog in de titel. Soit. Ik zag die combi al van verre staan, en omdat ik zoals gewoonlijk op een fiets reed zonder licht en zonder remmen en zonder noe­mens­waardige ban­den­spanning en zonder rub­beren handvat links aan het stuur (kouhoud ver­domme) en dus een echt hippe fiets zoals alleen fietsen hip kunnen zijn – merde mijn zinnen zijn soms zo lang dat ik alle neven­schik­kingen en opsom­mingen en komma’s niet meer kan bij­houden tussen de bomen van de inter­punctie komma. Waar was ik?

Ah ja, die combi die ik van verre zag staan. Vanuit mijn bodemloze respect voor al wat blauw is op straat, stapte ik tien meter vóór de combi af om er schuld­bewust en te voet langs door te sneaken. Kin omhoog en fluitend alsof mijn neus bloedde, zoiets. Maar omdat Leu­vense flikken een krom­ge­bogen peeke tegen­woordig al voor mos­lim­ter­rorist ver­slijten (titel!), hielden ze mij tegen. Dat deden ze met een verbale oprisping die zijn weerga onge­twijfeld niet kende, maar die ik nu – jam­mer­rrrrr – allang ver­geten ben. Wat wilt ge ook? Ik ben de leukerd hier, niet de flikken. Ze hielden mij staande en vroegen allerlei stomp­zinnige flik­ken­vragen die alleen flikken kunnen stellen. Zoals daar zijn:

Waar moe­degij zo laat nog naar toe manneke?
Ah ja. En waar werk­degij dan, bazeke?
En ver­dien­degij dan nie­genoeg voor ne nieuwe fiets, mateke?
En zij­degij niet de redder van het vaderland, namelijk de breed­ge­schou­derde en in alle uit­hoeken van de poëzie bewie­rookte Wannes Daemen, ket?

Die laatste vraag hebben ze niet echt gesteld – zo elo­quent zijn ze nu ook weer niet – maar ik kan u ver­ze­keren dat de bazekes en de matekes mij om de half bevroren oren vlogen. Om een lang verhaal net dat tik­keltje korter te maken: ik kreeg een waar­schuwing. Ik moest mijn pas­poort afgeven – dat schreven ze helemaal over op één van hun nènè­nènènè stomme kut­for­mu­lierkes – en daarmee was de kous af. En zie­dadet niemeer gebeurt hè mateke! Geërgerd door hun klei­nerend gedoe en de nach­te­lijke win­terkou, ont­snapte mij op het moment dat ik mijn weg verder zette een legen­da­rische zin­snede die mijn lot voor eeuwig en altijd en op zijn minst tien minuten in een vol­strekt onver­wachte richting duwde.

Bedankt, dames.

U begrijpt dat de neus­etende blauw­helmige man­ne­tjes­putters in hun homo­mobiel daar niet mee opgezet waren. Ze werden kwaad, en dat mocht ik weten ook. Ik moest mee­komen in hun combi alwaar ik een bekeuring kreeg voor elk illegaal detail aan mijn fiets én een waar­schuwing voor smaad of zoiets. Twee mon­kel­la­chende rand­de­bielen in de ach­terbak van een cami­on­netteke zijn géén gezellig gezel­schap, merk mijn woorden. En toen moest ik dus nog naar mijn werk fietsen om acht uur lang aan een lopende band fol­derkes in dozen te steken. Ik baalde zoals Steve Fossett laatst baalde toen hij met een lege brand­stoftank het luchtruim boven Nevada binnenvloog.

En daarom hebben Leu­vense flikken lange tenen, dat gelooft ge niet.

Punt twee: Leu­vense flikken zijn dom, dat gelooft ge niet.

Bewijsstuk één, edel­achtbare. Ik wan­delde ooit met mijn fiets aan de hand over de bond­ge­no­tenlaan omdat het zomer­avond was en warm en ik geen zin had om te fietsen maar wel om te struinen met mijn fiets aan de hand, dus te voet en dat ik niet aan het fietsen was. Onthou uit de laatste zin vooral dat ik te voet was en dat ik mijn fiets aan de hand had en dus niet dat ik aan het fietsen was, want dat was ik niet. Uit de tegen­over­ge­stelde richting kwam een vrou­we­lijke agent aan­ge­waggeld. Ik vermeld erbij dat het een dame was, niet uit bevoor­oor­deeld chau­vi­nisme, maar omdat ik zeker wist dat ik deze agent bij een even­tuele con­fron­tatie zonder schroom met dame zou kunnen aan­spreken. Toen de blauwe geschelpte gezags­drager mij bijna pas­seerde, keek ze wenk­brauw­fronsend naar mijn voor­licht en sprak toen een halve zin die ik nooit meer zal ver­geten, al ga ik honderd keer dood. Ik herhaal even voor alle zekerheid dat ik te voet was en dus niet aan het fietsen. U ziet het voor u? Goed zo. Komt-ie:

Meneer, zou­degij nie­nekeer uw licht a… oh pardon excuseer laatzitten.

Bewijsstuk twee, edel­achtbare. Zezunja en ik par­keerden onlangs ons beider twee­wieler in een fiet­sen­rekkie in de buurt van het Leu­vense station. Toen ik vier dagen later die fietsen wilde gaan oppikken, was heel het fiet­sen­rekkie leeg en stond er een bordje waaruit bleek dat het op die dag niet was toe­ge­staan om uw vehikel in dat rekkie te zetten van 8 uur ’s morgens tot zoveel uur ’s avonds. Dat bordje stond er uiteraard vier dagen eerder nog niet, dan hadden wij onze fiets wel elders gezet nietwaar. Met een gevoel van ze gaan mij nu toch ienie­mie­nie­mil­jaarde niet weer hebben zeker, de gewe­tenloze lul­de­be­hangers? trok ik – te voet ver­domme – naar het flik­kenburo om mijn gevoeg te doen. Ik bedoel mijn beklag natuurlijk, maar mijn gevoeg had er meer zin in dan mijn beklag. In het hol van de leeuw aan­ge­komen kreeg ik een kopietje in mijn handen geduwd met daarop de adres­ge­gevens en ope­ningsuren van het Leu­vense fiet­sen­depot, alwaar ik mijn voertuig zou mogen ophalen. Dat mocht ik helemaal zelf doen en daar zou verder niemand mij mee helpen, zeker de flikken uit het hol van de leeuw niet. De gea­gi­teerde maar dappere dis­cussie die ik toen wilde aangaan, werd in de kiem gesmoord door de blauwe geschelpte en vrou­we­lijke – ik kan het ook niet helpen – gezags­drager aan de andere kant van de balie. Zij ver­stoorde mijn geloof in de mensheid met een frase die zijn gelijke niet kent, behalve dan in de prul­lenmand van de sce­na­rio­schrijver van FC De Fokking Kam­pi­oenen:

Jamaar meneer, die fiet­sen­rekken dienen niet om uw fiets een week in te stoc­keren, he!

U begrijpt mijn gevolg­trekking: Leu­vense flikken zijn dom, dat gelooft ge niet.

Punt drie: Leu­vense flikken zijn gewe­tenloze oplichters, dat gelooft ge niet.

Toen Zezunja en ik enkele dagen later – te voet ver­domme – naar het Leu­vense fiet­sen­depot trokken om onze teer­ge­liefde metalen rossen terug te vor­deren, bleken de Leu­vense flikken ook nog eens gewe­tenloze oplichters te zijn, dat gelooft ge niet. Maar dat zei ik al, dat gelooft ge wel. In het depot was een groe­zelig kan­toortje met veel te veel asbest en een amb­te­na­ren­stank die jaren­lange papier­schimmel en zitvlak-vegetatie deed ver­moeden. Daar moesten wij voor een blauwe geschelpte – en onge­twijfeld stiekem kar­re­vrachten donuts bul­kende – gezags­drager ons verhaal doen. Deze keer was het geen vrouw, maar een soort van man. Hij vroeg ons onze fietsen te beschrijven zodat hij ach­teraf kon con­tro­leren of wij geen malafide fiet­sen­dieven waren. Hah! Look who’s talking, mother­fucking cock­sucker. Maar goed. Wij beschreven onze fietsen op accurate edoch licht geïr­ri­teerde wijze. Daarna mochten we in het wal­halla van de twee­wiel­rij­dende fout­par­keerder naar die van ons gaan zoeken. Toen wij won­derwel in de zoek­tocht slaagden, bleken onze twee fietsen niet alleen mij­lenver uit elkaar te staan – handig hoor – maar bleken ook onze fiets­sloten op schaam­teloze wijze door­ge­knipt. Ik gebruik zelden lange opeen­vol­gingen van hoofd­letters in mijn proza, maar bij die zin over die door­ge­knipte fiets­sloten was de ver­leiding erg groot, dat moet ik eer­lijk­heids­halve toegeven.

Over deze mis­dadige boe­ven­streek wilden wij uiteraard bij de cock­sucker in het asbest­kan­toortje ons beklag gaan doen. Waar moet een mens anders zijn beklag gaan doen over boe­ven­streken? Ons humeur – dat onder­tussen al ver onder het lage pitje stond – werd echter met een kaakslag de diepte in geka­ta­pul­teerd. Zezunja – zij is zo dapper, dat gelooft ge niet – pro­beerde met hand en tand de onrecht­vaar­digheid van de situatie dui­delijk te maken, maar de papzak met zijn donut­ver­slaving pro­du­ceerde alleen maar vari­aties op het thema Ik maak de regelkes ook niet, mevrouw. Dat is een argument waar ik door­gaans acute schurft van krijg, en bovendien klinkt het heeeeeeel raar uit de mond van een zogen­on­de­naamde orde­hand­haver. De donut-adept meldde ons ook nog dat we hierover natuurlijk altijd een brief aan de gemeente konden schrijven, maar gewoonlijk betaalt de gemeente dat soort dingen niet terug. Ik hoopte stil­letjes dat hij ook nog iets ver­standigs zou zeggen over het gebrek aan fiet­sen­rekkies in Leuven en het over­dreven hard­handige optreden van het poli­tie­korps bij fietsen-zonder-licht en de bela­che­lijkheid van de camera’s op de Oude Markt die tot op heden nog niks maar dan ook wer­kelijk helemaal nou­ga­bollen noppes hebben ver­anderd aan mijn ver­on­der­stelde onvei­lig­heids­gevoel, maar ik bedacht toen ook stil­letjes dat dat waar­schijnlijk veel te veel woorden zijn om in een hoofd te passen dat gepla­muurd is met donutdeeg. Ik kan het de arme man niet kwalijk nemen. Vergeef hem, oh heer, want hij weet niet wat hij eet.

Humeurig, vloekend en zonder slot trokken mijn lief en ik huis­waarts. Daar aan­ge­komen sprak ik wel duizend keer per seconde de frase die u onder­tussen al van ver zag aankomen:

Leu­vense flikken zijn gewe­tenloze oplichters, dat gelooft ge niet.

23 Reacties

  1. Licht schreef:

    Ha, I agree!
    Ooit ging ik (de goedheid zelve) met een over­dui­delijk gestolen maar door mij terug­ge­vonden por­te­fuille naar het Leu­vense poli­tie­kantoor (alle prullen, kaarten, con­dooms die er rond gespreid lagen er zorg­vuldig weer inge­stoken, ook al moest ik daarvoor onder gepar­keerde auto’s duiken), alwaar ik aan­ge­komen op het bureau eerst tien minuten moest wachten voor de ‘por­te­fuil­le’flik ophield met tele­fo­neren. Dan deed ik mijn verhaal, zei dat er niets van geld meer in die por­te­feuille zat en het dus dui­delijk gestolen was.
    En dan:
    ‘En hoe weet gij dat, juffraake?’
    (wel euh, ik heb alles er terug inge­stoken en gekeken of er even­tueel een adres inzat..)
    ‘en wat gingt ge dan gedaan hebben meiske, als ge een adres gevonden had?’
    (wel, nog steeds naar het bureau gekomen zijn omdat ik nu niet echt zin had om tele­foon­boeken te raad­plegen om haar haar bezit terug te geven’)
    ‘ha, dus ge moest toch niet echt weten of er nog geld in zat of niet?’
    (euh, neen, eigenlijk niet echt, maar da’s toch ergens logisch… en ik heb alles er weer inge­stoken he, dan doet ge een por­te­fuille open?)
    ‘En weet gij zeker dat ge die gevonden hebt?’
    (euh, jaaaa.…)
    ‘en kunt ge dan EXACT ver­tellen waar’
    (wel, ergens in de Ravenstraat…)
    ‘Rond welk huisnummer’?
    (geen idee…)
    ‘ge weet niet meer waar ge zoiets vind? Meiske, soms klinkt ge wel een beetje raar (sic) hoor’.
    (euh?)
    ‘wilt ge een getui­genis afleggen, dan, nu?’
    (neen, geen tijd, noteer mijn tele­foon­nummer maar mocht er iets zijn)
    ‘ge GAAT NU een ver­klaring afleggen hoor meiske, dat is verplicht’

    Doet een mens dan eens iets goed he..

  2. Mr. Coenegracht schreef:

    Toch even deze weinig pro­za­ïsche tip voor de top: stop gevonden papieren/portefeuilles in de dichtst­bij­zijnde postbus. De Post bezorgt ze dan aan uw dichtst­bij­zijnde wets­dienaar. Ik heb mijn geroofde papieren op die manier al op magische wijze terug­ge­kregen via de gepok­kelde arm der wet. Maar het zijn en blijven losers, laat ons daar niet flauw over doen. Vooral die Pasmans, trouwens.

  3. Heer Maanzand,
    (1) Dus U rijdt rond op
    ‘een fiets zonder licht en zonder remmen en zonder noe­mens­waardige ban­den­spanning en zonder rub­beren handvat links aan het stuur’
    En als U dan op een avond overhoop zult gereden worden door een auto, dan zal het de schuld van die bestuurder zijn, zeker?
    (2) Mensen wiens gezag in onze huidige maat­schappij voort­durend wordt onder­mijnd spreekt U toe met: “Bedankt dames.” En dan bent U ver­wonderd dat zij U de volle laag geven? Hebt U dan geen empa­tisch ver­mogen, daagt U graag lekker stoer en eigen­tijds uit, of bent U gewoon achterlijk?
    Hoogachtend,
    De Drs.

  4. Ja, ik weet het, het moet eigenlijk zijn empa­thisch, maar U raakte een gevoelige snaar en ik verloor mijn con­cen­tratie en mijn zelfbeheersing.
    Sorry.
    Niet voor die spelfout, maar voor het ver­liezen van mijn zelfbeheersing.
    Sorry.
    De Drs.

  5. Licht schreef:

    Potver. drie keer por­te­fuille ipv por­te­feuille en ge vind ipv vindt. Het was precies mijn dagje niet :)

  6. Yuri schreef:

    @ Heer Happo! Ik verlies bij momenten ook wel eens mijn zelf­be­heersing – zo blijkt uit het stukje hier­boven – dus wat dat betreft hoeft u zich geenszins te ver­ont­schul­digen. Rea­geurs zoals uzelve zijn er veel te weinig.
    Hoe dan ook lijkt de kwestie u diep te raken. Ik hoop dat ik u niet onher­roe­pelijk gekwetst heb.
    En verder: ik doe graag stoer en eigen­tijds, ja. Dat is één van mijn zwakheden.

    @ Mr. Coe­ne­gracht: Laten we die Pasmans een fatwa in zijn kepi slaan. Het heeft lang genoeg geduurd, zo.

    @ Licht: Ik zou over die taal­fouten toch snel een ver­klaring afleggen als ik jou was.

  7. Heer Maanzand,
    Ik stel voor dat wij dit incident, deze ‘aan­varing’, dan ook maar zo vlug mogelijk vergeten.
    Ander­zijds… een beetje emotie op uw weblog, dat kan toch niet helemaal fout zijn en alleen maar bij­dragen tot de ambiance, zeg maar.
    Met oprecht vrien­de­lijke groeten,
    Drs. Johan Arendt Happolati

  8. Yuri schreef:

    Heer Happo, u heeft gelijk dat het geen naam heeft.
    Met even oprechte alsmede waarlijk vrien­de­lijke groeten,
    Yuri Maanzand

  9. Wat deed U tijdens die vier dagen?

    Was getekend

  10. Yuri schreef:

    Euh. That’s clas­sified. Waarom?

  11. eddiefromohio schreef:

    Klojo roepen naar een com­mis­saris die je net een onte­rechte par­keer­boete aan­ge­smeerd heeft, om daarna met zwaai­licht klem gereden te worden, helpt ook niet. Je tong uit­steken naar een voor­be­rei­dende combi, die prompt rechts­om­keerd maakt en waarvan de flik aan het stuur vraagt of je hem een tong wil draaien en daarop ja ant­woorden, terwijl je een blinde vriend aan de arm hebt, ook al doet dat laatste weinig ter zake, al evenmin (als dat geen magi­straal kromme zin is). Lange tenen, inderdaad.

  12. Uit pure men­se­lijke nieuws­gie­righeid. Al de rest stond dui­delijk en meer dan vol­ledig beschreven, en plots ont­braken daar vier dagen in het verhaal. U moet al een zeer goede reden gehad hebben om uw fiets vier dagen aan zijn lot over te laten, eenzaam en alleen.

    Was getekend

  13. Yuri schreef:

    Omdat ik het gerech­telijk onderzoek jegens mijn persoon niet mag schaden, kan ik die infor­matie helaas niet vrijgeven.

  14. Na dit eer­lijke ant­woord rest mij alleen maar uw lacune van vier dagen te res­pec­teren daar ik geen rechter nog gewe­tenloze Leu­vense oplichter van een flik ben.

    Was getekend

  15. De rust zelve schreef:

    Vorige week getuige geweest van een ongeval met auto en fietser, waarbij de fietser geen licht had…
    Je brengt toch best je fiets in orde hoor…

  16. AK schreef:

    Ik kan u alleen maar gelijk geven!
    (Ookal zou u inderdaad beter met een fiets­licht rijden)

    Om het aantal gevallen van onrecht­vaar­digheid jegens de fiet­sende student in Leuven uit te breiden:

    - Een mede­student fietste in de regen naar de bus­halte om de bus naar huis te nemen. Aan­gezien het regende en zijn fiets­licht hierdoor niet werkte (maar over­dui­delijk wel opstond) hield de politie hem alsnog tegen. Omdat hij dringend zijn bus moest halen (en ook wel een beetje uit een poging om toch te ont­snappen aan een even­tuele boete) zei hij ‘Ik kan hier niet te lang blijven staan want ik moet mijn bus halen.’ Niet alleen kreeg hij 50 euro boete voor het zogezegd ‘fietsen zonder licht’ maar zelfs daarvoor krijg je een boete voor ‘smaad’ aan de politie. (Weer eens 50 euro) Dat was weer 100 euro afge­troggeld van de arme student om de staatskas aan te spekken. (En dan kan men nog eens denken aan diplo­ma­tische immu­niteit, wat eigenlijk mate­riaal is voor een andere dis­cussie) Maar goed, ‘dag dames’ is blijkbaar nog een bele­diging van de ergste soort als je voor zo een futu­liteit al een boete voor smaad krijgt.

    - Het zal niet de eerste keer zijn dat als ik nog eens een combi tegenkom die zelf TEGEN de richting van de straat inrijdt.

    - Zich juist achter een hoekje gaan ver­stoppen om met twee mannen EN een poli­tiehond (jaja geen zever! dat allemaal natuurlijk voor de über­ge­vaar­lijke cri­minele student) boete uit te delen dat gaat allemaal wel. ’s Nachts om 2.30u boetes uit­delen voor het rijden door een rood licht, allemaal mogelijk. Maar elke nacht worden er fietsen gestolen of afge­broken met messen, slijp­schijven, koe­voeten en weet ik wat nog mate­riaal (ook mijn fiets is eraan moeten geloven) nooit heb ik iemand weten zeggen dat de politie daar iets aan gedaan heeft. Mis­schien omdat er dan geen peleton poli­tie­mannen met water­kanons en traangas beschikbaar is? En wee o wee als je met zulke futu­li­teiten naar het bureau stapt! Van­da­lisme met zwaar mate­riaal is natuurlijk niet zo erg als een knip­per­lichtje waarvan toe­vallig de bat­terij uitviel.

    Om te voor­komen dat het verkeer in leuven vol­ledig chaos is, ok dat ze er zijn, maar de boetes zijn schan­dalig over­dreven en de meer­derheid heeft dui­delijk last van machts­su­pe­ri­o­riteit. Als je wil­le­keurig twee heren aan­spreekt op straat met ‘dag dames’ hebben zij niet de uni­formen en het busje om boetes uit te delen, dat zij dat wel hebben is louter vanwege hun beroep en zou niet mogen dienen voor per­soon­lijke ‘wraak’. Pure machtsmisbruik

    Ik zou zo nog even kunnen doorgaan…

  17. ikk schreef:

    Bende ach­ter­lijke idioten, zo ne website open­houden, en laat de mensen hier iets bloggen die effectief kunnen schrijven.

  18. Yuri schreef:

    Effectief.

  19. Heer Maanzand,
    Volgens ‘ne’ zekere ikk kunt ge niet schrijven, maar volgens mij is dat oordeel van ‘diene’ ikk van nul en generlei waarde.
    http://www.vandale.nl/vandale/opzoeken/woordenboek/?zoekwoord=ne
    Met vrien­de­lijke groeten,
    De Drs.

  20. vikim schreef:

    Als er een ongeluk is gebeurd met een fiets die zonder licht reed, hoe kan de polisie dan weten of het licht al niet werkte voor het geval, of net door het ongeval?

  21. Jan van leuven schreef:

    Kijk, ik kan het goed begrijpen dat je eens wat rot­tigheid met politie hebt gehad. Maar per­soonlijk vind ik dat uw kleine pro­bleempjes vooral uw eigen schuld zijn en da het redelijk bela­chelijk is om zo alle flikken als idioten en rot­zakken te ver­al­ge­menen. Ge weet goe genoeg dat uw fiets een licht moet hebbe en remmen, das ni om u gewoon te kloten das voor uw vei­ligheid. En wa had ge nu ver­wacht as ge “dag dames’ tegen 2 flikke zegt die al dui­delijk van die rand­de­bielen waren?

    Mijn punt is gewoon dat ik iedereen die zo veel over de ‘flikken’ zeurt een beetje hypo­criet is. Want als jij ooit eens zwaar in de pro­blemen zit of word over­vallen in je huis of wat dan ook denk ik da ge snel weet wie ge moet bellen, ge moogt blij zijn da wij in een land leven waar geen cor­rupte flikken zijn die u in de bak smijten as ge ze geen 500euro kunt geven.

    Maar al bij al, er zijn inderdaad flikken die net als zo veel mensen graag mis­bruik maken van hun machts­po­sitie en dat vind niemand leuk als dat bij hem gebeurt dus daar kan ik u wel in begrijpen.

    Groetjes, Jan

  22. gigi raptor 660 schreef:

    kijk e ge het gelijk mijne vriend diene blauwtjes hebben geen gevoel voor wat licht­zinnege humor. tword tijd da ze die is wa anty depre­sievium gaan geven want met tgeen wat ze uit hunne neus halen worden ze ni beter vn en wij ook ni

  23. at schreef:

    Neen hoor, de Leu­vense politie zijn echt kloot­zakken. Mijn fiets is in Leuven tweemaal gestolen, bij de tweede keer deed ik een aan­gifte. (Ja ik had een slot, beide keren waren ze gewoon open­ge­sneden.) Ik kom daar aan, moest een uur in de wachtzaal wachten. Ik heb een half uur gespen­deerd met mijn fiets te beschrijven, waar is het gestolen, hoe laat, etc etc. En dan kwam opeens de vraag: ‘is uw fiets gegra­veerd’? Neen was mijn ant­woord, want ik wist des­tijds niet dat het een optie was. 

    En wat toen volgt, heeft een lange tijd aan mij geknaagd. Ik moest een con­tract tekenen waarop heel wat van mijn gegevens staan en dat als ik mijn fiets terug vindt, dan ben ik ver­plicht van dit aan te geven bij de politie. Maar die zei er wel droogjes bij dat als zij die vinden, dat ze me niet zullen con­tac­teren omdat ik geen bewijs heb dat die van mij is. Foto’s van mij met de fiets zijn niet vol­doende bewijs (nochtans hangen er ken­merken op van een bel die raar gemon­teerd is en een bepaalde kleur dat ik in het geraamte gespoten had). 

    Dus om het samen te vatten: Ik heb een anderhalf uur gespen­deerd in het kantoor voor niets; als ik de fiets vind, moet ik de moeite gaan doen om het te melden, des­on­danks dat ze toch niets zullen doen; als zij het vinden houden zij het gewoon voor zichzelf. 

    En vandaag ben ik tegen­ge­houden door een under­cover agent in Heverlee. De slag­bomen waren prak­tisch helemaal omhoog van bij de spoorweg en de trein was allang weg. Ik wou over­steken en opeens wordt ik tegen­ge­houden en krijg ik een €360+ boete opge­stuurd omdat ik een ‘klasse 4 fout’ heb begaan. Ik heb met mijn actie zoge­naamd mezelf en even­tueel anderen een onver­mij­de­lijke schade toe­ge­bracht in geval van een ongeluk. Slag­bomen waren prak­tisch omhoog en geen trein te bekennen kilo­meters ver links en rechts. Ik ken dieven en moor­de­naars die met een mildere straf ervan af komen. Ik begin te denken dat cri­mi­na­liteit aan­ge­moedigd wordt in Leuven, zolang je maar juist over het zebrapad steekt en par­keer­tickets betaalt.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *