Ik wil je zoenen

Bij­voor­beeld. Op een trein zitten een meisje en een jongen. Buiten de trein gebeurt er vanalles, de zon schijnt, de trein stopt in zo’n station waar je een eind moet wachten omdat er nog een stuk bij moet, een eind verder staat een man op een stelling een affiche op te hangen. Binnen in de trein gebeurt er ook vanalles, maar niet zoveel. Het is rustig. Er zit iemand mij­merend naar buiten te staren, enkele mensen lezen een krant, een dame zeult met koffers, er zit een kop­peltje tegenover elkaar alleen maar naar elkaar te kijken. Een onein­digheid lang kijken ze elkaar in de ogen. En ze schuiven steeds dichter naar elkaar toe. Het tafeltje – waar de jongen met zijn elle­bogen op leunt – lijkt steeds smaller te worden en het ziet er niet naar uit dat het in de weg zal komen te zitten. Elke seconde van het kijken schuiven ze een halve mil­li­meter dichter in elkaars richting, een onaf­wendbaar aan­trekken. Alsof er een onzichtbaar draadje tussen hen beide wordt opgerold, wordt het land­schap op de ach­ter­grond tussen hen vager en vager. Ook zij legt nu haar elle­bogen op het tafeltje.

Ze zitten zo’n vijftien cen­ti­meter van elkaars gezicht ver­wijderd. Ze voelt hem ademen. Hij kijkt onver­stoorbaar in haar ogen. Ze bloost. Hij ziet de meest exo­tische branding en de weel­de­rigste berg­toppen die hij ooit gezien heeft, en zijn mondhoek krult een heel klein beetje, waardoor zij onmid­dellijk begrepen heeft wat hij ziet. En ze bloost.

Tien cen­ti­meter. Ze kan nu kleuren en vlekjes in zijn ogen heel gede­tail­leerd in zich opnemen, zo dicht zitten ze bij elkaar. Hij lijkt zijn ogen strak op haar gefixeerd en onder con­trole te hebben, maar ze ziet zijn pupillen zich ver­wijden en weer ver­nauwen, als een hartslag. Het gaat heel traag nu. Hij over­weegt even om zijn hand op de hare te leggen, maar besluit dat niet te doen. Dat zou te veel zijn. Te veel. Een kus is vol­doende. Een zoen op dit moment zou zo alles­zeggend, alles­voelend zijn, dat eender welke bij­ko­mende aan­raking de inten­siteit zou teniet doen.

Vijf cen­ti­meter. Ze sluit haar ogen en draait haar hoofd. Ze denkt aan wat er gebeurde op vakantie met haar ouders tien jaar geleden toen ze haar eerste kus mocht ont­vangen van een gebron­zeerde ita­li­aanse playboy die een uur later al onder de rokken van een van haar vrien­dinnen zat. Maar dat is ze zo ook weer ver­geten. Hij ziet haar ogen dichtgaan en geniet. Dat is heel mooi denkt hij. Iemand die – zo dichtbij – zo langzaam en elegant en alleen voor mij haar ogen sluit, dat is mooi. Dat vind ik mooi. Hij sluit zijn ogen. Hij stopt met ademen. Zij stopt met ademen. Haar bovenlip trilt. Er zit soms zo’n ver­velend zenuw­trekje in. Niet nu denkt ze. Niet nu. Zijn lippen zijn droog. In laatste instantie pro­beert hij ze met zijn tong te bevoch­tigen, maar hij voelt al de trilling en de nabijheid van haar mond. Neus­vleugels glijden strelend tegen elkaar. Haar bovenlip past perfect tussen de onderkant van zijn neus, en het punt waar zijn bovenlip overgaat in dat glooiende gleufje erboven.

Nul cen­ti­meter. Ach­teraan in haar kaak, in de uiterste hoeken van de schar­nieren van haar kaak­ge­wricht, pro­beert ze een beweging in gang te zetten om haar mond te openen en die van hem welkom te heten. Het lijkt ont­zettend veel energie te vergen. Dit moment mag nooit meer voor­bijgaan, denkt hij nog.

Dan zegt er iemand “Tic­ketjes graag”

3 Responses

  1. S. V. M. schreef:

    Zucht en steun.
    Dat is toch zoiets onge­lo­feloos romantisch!
    Ik bid de goden dat het bestaat.

  2. Yuri schreef:

    Niet getreurd. Het bestaat.

  3. C.M schreef:

    dag
    ik vondt uw stuk van ”mag ik je zoenen” heel goed
    Het gaat met je op de loop je gaat helemaal mee voelen,
    Geweldig
    Vooral het einde, je wordt weer even wakker geschut
    vrien­de­lijke groet C.M

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.