Wat ik me afvraag
Wanneer kleine kindertjes de leeftijd hebben bereikt dat hun moeders ermee gaan rondhossen in een buggy, zouden dan al die moeders het een voordeel vinden dat ge tijdens het winkelen uw plastiek zakskes aan de handvaten van die buggy* kunt hangen? Of dat ge op een zonnige dag zo’n zakske zelfs zo kunt hangen (linkerkant zakske aan het ene handvat, rechterkant aan het andere) dat ge al wandelend verse kersen kunt eten?
En als die klein mannen dan de leeftijd hebben bereikt dat ze niet meer in die buggy passen**, zouden dan die jonge moeders de multifunctionaliteit van dat karreke gaan missen? Zouden er moeders zijn die ontwenningsverschijnselgewijs met een lege buggy*** gaan winkelen totdat ze na de zondagsmis als dorpszot versleten worden? Is dat geen psychologisch hiaat in elk educatief handboek? Voelt zo’n mama zich niet ontzettend verloren als ze opeens al die zakskes zelf moet gaan dragen?
**Wat ook vanzelf spreekt, is dat ge de signalen van uwe kleine dienaangaande niet moogt negeren. Op zeker moment wil dat kind niet meer in die buggy zitten, en dan moet ge ook niet moeilijk gaan doen. Ge kunt uw kinderen niet dwingen om tot hun zestiende in dat karreke te kruipen, want dat is vragen om pesterijen. En dat is voor niemand plezant.
***Zelf vond ik als klein manneke trouwens altijd dat zo nen buggy erg onhandig zat. Aan de rand van het zitvlak zat er altijd zo’n dun plastieken randje waar ge tijdens heel de rit met de achterkant van uw knieën tegenaan schuurde. En als ge dan terug thuis waart, had ge van die pijnlijke rooie striemen in uw knieholtes.
Wellicht enigszins verwante berichten:
2 reacties
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.
Zal ik eens wat zeggen: ik heb als kind nooit in een buggy gezeten.
En zal ik eens wat zeggen: dat was reactie nr. 1000.
De felicitaties die hiervoor nodig zijn, maken het kinderlijk ontberen van een buggy ruimschoots goed, me dunkt.