Lente
Vorig weekend grote lentepoets gehouden.
Ik wou daarmee de lente een duwtje in de rug geven, omdat ik vond dat ze lang genoeg op zich had laten wachten. De week na mijn nobele inspanning was echter doordrongen van kille temperaturen en een hoge luchtvochtigheid.
Ik had haar waarschijnlijk doen schrikken met mijn daad van seizoensarbeid, waardoor ze toch nog even achter een winterse grenspost bleef wachten. Als je na een week of twee tegen je kersvers lief zegt dat je een kind wil maken, dan gaat hij/zij zich met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook verbergen achter de dichtstbijzijnde kilometerpaal. Zulke dingen vragen om extreme reacties.
Dit weekend heb ik het subtieler aangepakt. Ik heb een reep côte d’or met nootjes gekocht en haar gezegd dat ik graag in haar armen lig. Ik deed dat – voor het eerst sinds midden oktober vorig jaar – zonder handschoenen.
En zie daar: de zon staat al de hele ochtend voor de spiegel…
Nog geen reacties
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.